Vacature: Paraveterinair m/v

Dierenhospitaal Visdonk is een dierenartsenpraktijk waar we met 10 dierenartsen sterk diersoort specifiek werken, zowel op eerste- als tweedelijns niveau. Hiervoor hebben we de beschikking over een uitstekend ingerichte kliniek waar we met een enthousiast team van dierenartsen en paraveterinairen streven naar optimale zorg en kwaliteit voor de dieren.

Wij zijn op korte termijn op zoek naar een

Paraveterinair m/v

De functie start fulltime ter vervanging tijdens zwangerschapsverlof en zal daarna parttime worden voortgezet.

Functieomschrijving:

We zoeken voor onze gezelschapsdierenpraktijk een enthousiaste ondersteuning bij het  uitvoeren van onderzoeken en operaties, het maken van digitale röntgenopnames, controle en onderhoud van instrumentarium, het maken van afspraken, natuurlijk de verzorging van opnamepatiënten en het uitvoeren van zelfstandige paraveterinaire handelingen. Naast  baliewerkzaamheden voor onze gezelschapsdierenpraktijk vallen ook baliewerkzaamheden voor onze paardenpraktijk binnen de functieomschrijving.

Functie-eisen

Voor deze vacature vragen wij een persoon met een afgeronde opleiding dierenartsassistent(e)/paraveterinair en minimaal 2 jaar werkervaring in een soortgelijke functie bij voorkeur in een gemengde praktijk.

Het functieprofiel geeft aan dat de persoon die deze functie uitoefent over de volgende competenties dient te beschikken: kwaliteitsbewustzijn, teamgeest, flexibiliteit, stressbestendig en vooral klantgerichtheid.

Heb je interesse en voldoe je aan de gestelde eisen dan nodigen we je uit te solliciteren. Schriftelijke sollicitaties met uitgebreide CV, kun je binnen 10 dagen richten aan Dierenhospitaal Visdonk, t.a.v. mevrouw G. van Staaij, Visdonkseweg 2a, 4707 PE Roosendaal. Of per mail g.vanstaaij@visdonk.nl

Tel. 0165 583750

Eerste veulentje van het jaar

We zijn weer dolgelukkig met het eerste veulen binnen onze praktijk.

Hoestend paard

Medicatie Vuurwerkangst

Beste Dierenliefhebber,

De dagen worden weer kouder en korter, de feestdagen weer voor de deur met allerhande lekkers en dagen van gezellig samenzijn.

Voor sommigen onder ons gaat dit samen met het jaarlijkse vuurwerk, dit is prachtig om te zien, maar voor een deel van onze huisdieren zijn deze dagen de grote schrik van het jaar; rillen, wegkruipen, niet buiten willen, door de harde knallen en lichtflitsen.

Om de kans op problemen met oud en nieuw zo klein mogelijk te maken is het raadzaam uw huisdier te trainen op de geluiden (de geluiden van ‘sounds scary’ zijn hiervoor zeker geschikt omwille van hun akoestische eigenschappen, je begint met de geluiden zacht af te spelen en het geluidsniveau geleidelijk op te voeren terwijl u met uw huisdier speelt, knuffelt.  Blijf in ieder geval onder het geluidsniveau waarop uw huisdier angst gaat vertonen, ook heel wat hondenscholen bieden vuurwerktraining aan). Nu nog starten met geluidstraining is al aan de late kant maar is nog mogelijk.

Er bestaan ook speciaal voor honden gemaakte oorbeschermers, die de harde geluiden met vuurwerk ook dempen. Deze werken goed, maar ook hieraan moet uw hond wennen. Stap voor stap gewennen is ook hier de boodschap, geen enkele hond zal zonder oefenen zomaar een oorbeschermer laten opzetten.

Ook bestaan er strak zittende pakjes die voor sommige honden ook rustgevend kunnen werken.

Mocht het toch niet lukken dan zijn er nog een hele reeks hulpmiddelen die ingezet kunnen worden:

Er bestaan naast een hele reeks supplementen die een mild angst remmend effect kunnen hebben, ook sprays, halsbanden en verdampers voor in het stopcontact met feromonen die een rustgevende werking hebben. Informeer hiernaar bij een van onze medewerkers.

 

Er zijn 2 medicijnen geregistreerd, speciaal voor gezelschapsdieren, als hulpmiddel waarmee u kort tevoren kunt starten:

  1. Een gel die op het wangslijmvlies dient aangebracht te worden op het moment dat de eerste tekenen van angst ontstaan (hond). Deze mag niet gebruikt worden bij honden met onderliggende hart, nier-of leverproblemen. Is uw dier mee bekend, meldt dat altijd even aan de balie.

 

  1. De andere is een epilepsie remmer die ook geregistreerd is tegen angst, er wordt geadviseerd hiermee te starten 2 dagen voor het vuurwerk.

Wanneer beide middelen ongeschikt zijn voor uw hond dan mag pas alprazolam voorgeschreven worden. Alprazolam kan ook aan de kat gegeven worden, het is mogelijk deze medicatie enkele uren voor het vuurwerk op te starten, maar het is beter hiermee enkele dagen vooraf mee te starten

 

Let op geen enkel supplement of medicijn is een wondermiddel, het zijn hulpmiddelen die uw huisdier iets minder gevoelig maken voor harde geluiden. Zorg ervoor dat de gordijnen/rolluiken gesloten zijn, zorg voor een rustige veilige plek voor uw huisdier en tracht het op zijn gemak te stellen.

Indien u verwacht hulpmiddelen nodig te hebben, neem dan tijdig contact zodat we u het beste kunnen voorlichten.

We hebben slechts een beperkte hoeveelheid medicatie op voorraad. Indien uw huisdier angst remmende medicatie of supplementen nodig heeft voor de feestdagen, gelieve deze tijdig te bestellen, zodat u niet mis grijpt.

 

Alvast fijne feestdagen gewenst!

Team dierenhospitaal Visdonk

Stageplaatsen voor Paraveterinairen

Stageplaatsen voor Paraveterinairen

Stage lopen bij Dierenhospitaal Visdonk?

Wij hebben een stageplaats beschikbaar voor paraveterinairen in opleiding zowel bij afdeling gezelschapsdieren als paarden. Het aantal plaatsen is echter beperkt, slechts één per afdeling en er is meestal een aanzienlijke wachttijd voor een plaats.

  • Stages moeten in blokken van hele weken gevolgd worden.
  • Men kan via e-mail een verzoek voor een stageplaats indienen.
  • Voeg aub. een CV bij de aanvraag.
  • Kandidaten worden in principe uitgenodigd om een dagdeel mee te lopen, waarna de beslissing over het al dan niet toekennen van de stageplaats binnen enkele dagen genomen word.

West Nijl Virus bij Paarden

Voor het eerst is in Nederland het West Nijl Virus aangetroffen. Een virus die zowel vogels, mensen als paarden kan infecteren. Dit gebeurt via overdracht door muggen en dan met name de Culex soorten, waartoe de gewone steekmug ook behoort. Vogels zijn de eindgastheer van dit virus en de mens en het paard zogenoemde dead-end-hosts. Dat houdt in dat vogels fungeren als reservoir voor het virus en overdracht van vogel op vogel plaatsvindt door muggen. Die overdracht geldt niet voor mens op mens, mens op paard  of paard op paard. De hoeveelheid virus wat zich kan ophouden na infectie in mensen en paarden is dusdanig laag, dat na een bloedmaal door muggen, de potentiële overdacht naar een ander persoon of paard niet lukt. Mensen en paarden kunnen wel geïnfecteerd raken door bloedtransfusies, orgaantransplantaties of geïnfecteerde chirurgische instrumenten naast de natuurlijke overdracht door geïnfecteerde muggen.

 

Infectieroute

Lang werd aangenomen dat het West Nijl Virus en het risico op besmetting voorbehouden was tot warmere oorden en de oorsprong rond de hoorn van Afrika. Toch is in de afgelopen decennia gebleken dat trekvogels het virus mee kunnen brengen op hun migratieroute naar het noorden en dat de overleving van de bepaalde muggensoorten, verantwoordelijk voor de overdracht steeds beter getijden in ons veranderde klimaat (o.a. warmere zomers en winters). Het is bekend dat begin 2000 een grote uitbraak in Noord-Amerika heeft geleid tot forse verliezen in de paardensector en gezondheidsklachten bij mensen. De laatste jaren worden er ook steeds meer meldingen gemaakt vanuit Noord-Italië, Zuid-Oost Europa en dichterbij huis, Duitsland.

 

Klinische Symptomen

Alhoewel de meeste vogels niet ziek worden na infectie, worden er in die gebieden toch regelmatig meldingen gemaakt van plotselinge vogelsterfte in de nazomer en herfst, die te relateren zijn aan West-Nijl Virus infecties. Ook voor het paard (en de mens) geldt dat in 80-90% van de infectiegevallen klinische klachten ontbreken. Een relatief klein deel ontwikkelt koorts, toont slechte eetlust, krijgt koliek en kan zenuwverschijnselen vertonen in wisselende ernst. Met name die laatste categorie paarden lopen het risico te overlijden aan de gevolgen van een hersenweefselontsteking.

 

Monitoring

In Nederland wordt, gezien het feit dat West Nijl Virus voor zowel de mens als het paard een gevaar vormt, nauwlettend gemonitord of het virus hier aanwezig is. Tussen 2014 en 2016 is bij paarden serologisch onderzoek verricht, om te kijken of er paarden met antistoffen tegen het virus in Nederland aanwezig waren. Dat bleek niet zo te zijn, waarna het onderzoek en de monitoring is stilgelegd.

 

Gevaar voor de toekomst?

Mogelijk dat de recente ontdekking (16 september 2020) van antistoffen bij een vogel (Grasmus: Sylvia communis) in Nederland aanleiding geeft om paarden in Nederland weer beter in de gaten te houden met betrekking tot verdacht klinische symptomen en antistof-onderzoek te doen. Feit wil namelijk dat bij de betreffende vogel in het voorjaar geen antistoffen werden aangetoond en bij een controle enkele maanden later wel. Op basis van deze onderzoeksgegevens kan worden geconcludeerd dat de vogel in Nederland (of de directe omgeving) geïnfecteerd is geraakt door overdracht vanuit muggen. Deze bevinding vormt een potentieel risico dat ook paarden (en de mens) kan overkomen.

 

Preventie

Voor paarden bestaat er een veilig vaccin om een effectieve bescherming op te bouwen tegen een natuurlijke infectie via overdracht van het West Nijl Virus door steekmuggen. Na een basisvaccinatie (2 vaccinaties met een interval van 3-5 weken) en een jaarlijkse hervaccinatie is u paard goed bestand tegen een natuurlijke infectie door steekmuggen.

 

Voor meer informatie over het West Nijl Virus kunt u contact opnemen met een van onze paardendierenartsen van Dierenhospitaal Visdonk
(0165-583750 of paard@visdonk.nl).

 

Externe links

https://www.knmvd.nl/westnijlvirus-in-nederland-gearriveerd/

https://www.rivm.nl/nieuws/vogel-besmet-met-westnijlvirus

 

Zonnebrand, lichtgevoeligheid of contactdermatitis bij paarden

In het midden van de zomer kan verlies van haren en roodheid van de huid ter hoogte van wit gekleurde delen van het lichaam bij paarden optreden. Dit is vooral merkbaar aan de benen en het aangezicht van het paard. Soms is het lastig te bepalen of het haarverlies te wijten is aan zonnebrand, contactdermatitis of fotosensibilisatie. De diagnose van zonnebrand, (overmatige blootstelling aan Uv-licht) als primaire diagnose zonder andere verstorende factoren is waarschijnlijk alleen te stellen door andere oorzaken van bovenstaande haar- en huidveranderingen uit te sluiten. Alhoewel een exacte diagnose, en daarmee oorzaak vaak wel gewenst is, is de aanpak en ‘behandeling’ veelal hetzelfde. Blootstelling aan ultraviolet (UV) licht vermijden en overgaan tot de voeding van droog (weide)hooi.

Onderstaand zijn een aantal oorzaken vermeld die naast ‘primaire zonnebrand’ kunnen leiden tot korsterige, droge, schilferige huid met meer of minder roodheid en door tredend weefsel- of ontstekingsvocht.

  1. Contactdermatitis door irriterende stoffen zoals vliegenspray en boterbloemen
  2. Primaire fotosensibilisatie
  3. Secundaire fotosensibilisatie (hepatogene fotosensibilisatie)
  4. Fotosensitiviteit zonder duidelijke oorzaak
  5. Inflammatoire huidaandoeningen, bijvoorbeeld mok en leukocytoclastische dermatitis

 

  1. Contactdermatitis is het resultaat van een chemische of mechanische reactie die letsel aan de huid veroorzaakt. Het komt vaak voor als gevolg van een reactie die wordt veroorzaakt door een chemische stof(fen) in bijvoorbeeld vliegensprays of planten, zoals boterbloemen. Sommige paarden zijn gevoeliger voor deze chemische stoffen dan andere. De reactie op vliegensprays wordt versterkt door het aanbrengen van deze producten voorafgaand aan het opzadelen of optuigen. In die gevallen wordt de irriterende stof dichter op de huid gedrukt en kan onder invloed van zweet de reactie versterkt worden.

Verse boterbloemen kunnen ook een lokale irritatie veroorzaken op de snuit van paarden die moeilijk te onderscheiden is van de fotosensibilisatie. De vluchtige chemische stof in boterbloemen die deze irritatie veroorzaakt verdwijnt binnen enkele dagen nadat de plant in hooi is gedroogd en ingepakt.

  1. Primaire fotosensitiviteit wordt vaak gezien als een gevolg van het opeten van zogenoemde fotodynamische stoffen, die zich in bepaalde planten en toxinen kunnen bevinden. Wanneer een paard een plant of een chemisch product consumeert, waarin deze stoffen zich bevinden, dan stapelen deze zich onder andere in huid op en kunnen onder invloed van Uv-licht tot zogenoemde oxidatieve schade leiden, waarbij de huidcellen kapot gaan. Enkele voorbeelden van dergelijke planten, die dit kunnen veroorzaken zijn boekweit en Sint-Janskruid. Daarnaast zijn meststoffen rijk aan fosfor, conserveringsmiddelen ter bescherming van hout (weidepalen), en het schimmeltoxine aflatoxine B in beschimmeld voer bekende chemische stoffen die eenzelfde reactie kunnen geven. Zelfs bepaalde diergeneesmiddelen hebben foto dynamische eigenschappen, die tijdens of zelfs na een behandelperiode aanleiding kunnen geven tot roodheid, korst- en blaarvorming.

 

  1. Secundaire fotosensitiviteit treedt op wanneer een toxine de lever beschadigt en resulteert in het onvermogen om fylloerythrine uit te scheiden. Fylloerythrine is een porfyrineverbinding die wordt gevormd door microbiële afbraak van chlorofyl (een bestanddeel uit onder ander gras) in de darm. Het wordt normaal gesproken door de lever verwijderd en uitgescheiden in de gal Als de lever ernstig ziek is, hoopt fylloerythrine zich op in het bloed. Als het vervolgens door de huid circuleert en wordt blootgesteld aan Uv-licht, leidt dat tot het oxidatieve schade van bloedvaten en onderdelen van de huid. Pyrrolizidine alkaloïde is de belangrijkste veroorzaker van deze groep. Een stof die voorkomt in Jacobskruiskruid.

 

  1. De fotosensitiviteit, waarvan de oorzaak niet exact is te achterhalen is veelal gerelateerd aan stoffen die via de voeding worden opgenomen. Het wordt gezien bij runderen, schapen en paarden die grazen op volle en vaak groeizame weiden met een rijke samenstelling aan grazen en andere plantensoorten. Klavers vormen hierin een bekende rol, waarvan de bastardklaver (Engels; Aslike Clover) de bekendste is. Naast fotosensitiviteit van de huid worden ook zweren in de mondholte en hepatitis (leverontsteking) gezien. Het is niet duidelijk of de fotosensibilisatie vooral een fotodynamisch probleem is of een secundaire fototoxische reactie door leverschade of dat klaver en zijn metabolieten echt de boosdoener zijn. De fotosensibilisatiereactie zou ook in verband kunnen worden gebracht met schimmeltoxinen die op de plant worden geproduceerd. Een soortgelijk syndroom is ook waargenomen bij paarden die in de herfst veel witte klaver consumeren.

 

  1. Infectieuze huidaandoeningen, zoals mok en ‘regenschurft (huidontsteking door Dermatophylose congolense), kunnen ook huidirritatie en haaruitval veroorzaken van respectievelijke de kootholte en de huid ter hoogte van hoofdzakelijk de schoft, de rug en het kruis van het paard. Daarnaast kunnen ook auto-immuunziekten zich manifesteren ter hoogte van de ongepigmenteerde huid van de koorholte en onderbenen.

 

Preventie en behandeling

Paarden die het grootste risico lopen op door planten veroorzaakte fotosensitiviteit zijn paarden die grazen op arme weiden die veel onkruid bevatten. Normaal gesproken herstellen paarden die getroffen zijn door de primaire fotosensibilisatie zich volledig wanneer het contact met de chemische stof wordt stopgezet. Aangezien het niet altijd mogelijk is om de plant of planten, die verantwoordelijk zijn voor het probleem te identificeren, wordt de eigenaar geadviseerd om het paard van de weide te halen en elke toepassing van vliegensprays of andere middelen die contact maken met de huid te staken.

Het paard moet droog hooi krijgen in de stal en ter verlichting van de aangedane huid dient, onafhankelijk van de oorzaak, bescherming tegen Uv-licht worden gegarandeerd. Soms kan de huid zo gevoelig zijn dat opstallen de enige optie is. Daarnaast kan de huid worden gewassen met water (vermijd zoveel als mogelijk desinfecterende middelen) en medicinale wondzalf worden aangebracht om de huid te laten herstellen. Bij uitgebreide of ernstige gevallen waarbij een potentiële verdenking uitgaat naar betrokkenheid van de lever dient bloedonderzoek verricht te worden

Paarden die zijn blootgesteld aan planten die pyrrolizidine alkaloïde bevatten, hebben een slechte prognose door de onderliggende leverschade die is ontstaan.

In het geval van een acute bastardklaververgiftiging wordt normaal gesproken binnen een week een volledig herstel gezien. Chronische gevallen van bastardklaververgiftiging hebben een slechte prognose net als paarden die blootgesteld zijn aan pyrrolizidine alkaloïde.

Preventie is de sleutel. Weilanden moeten regelmatig worden gecontroleerd en pyrrolizidine-alkaloïde bevattende planten (Jacobskruiskruid) moeten worden verwijderd. Als zelfs de witte klaver in de weilanden te veel voorkomt en een probleem veroorzaakt, kan de toepassing van een onkruidverdelger nodig zijn om de concentratie witte klaver te verminderen.

Zodra bekend is dat een paard gevoelig is voor zonnebrand of in zekere zin aanleg heeft voor fotosensibiliteit, werkt zinkzalf vaak goed ter bescherming. Voorkom het gebruik van geparfumeerde zonnecrimes en zeker diegene die parabenen bevatten. Vliegenmaskers met een fijnmazige structuur bieden vaak 70% bescherming tegen Uv-licht. Sommige paarden met een beperkte hoeveelheid pigment (Paints, Appaloosa) moeten soms volledige bedekt worden of, beter nog tussen 10 uur ’s ochtends en 3 uur ’s middags opgestald worden.

Wateropname en waterbehoefte van uw paard; 6 feiten op een rij

Als paardeneigenaar weet u maar al te goed hoe belangrijk het is om paarden van voldoende en vers drinkwater te voorzien. Onderstaand een aantal feiten die u in overweging kan nemen als u de volgende keer de drinkemmer of drinkbak op stal schrobt of wacht tot de speciekuip in de paddock of weide is gevuld.

  1. Het is logisch dat het waterbehoefte bij paarden afhankelijk is van het lichaamsgewicht. Een Nederlands Koudbloedpaard drinkt uiteraard meer dan een C-pony. Toch kunnen paarden met een vergelijkbaar lichaamsgewicht en van gelijk ras een heel verschillende, zij het normale, waterinname en behoefte hebben. Maar wat is dan normaal? Stelregel is dat een paard in een gematigd klimaat als in Nederland dagelijks 20-55 liter water drinkt.
  2. Als je paard gisteren en eergisteren twee emmers water drinkt, betekent dat niet dat dat vandaag ook weer zo zal zijn. Variaties in de wateropname van individuele paarden kunnen van dag tot dag verschillen. Met dit gegeven is het niet onverstandig om eens te bepalen wat jouw paard nou eigenlijk per dag drinkt en door dit enkele keren per week gedurende bijvoorbeeld een aantal weken te bepalen. Zijn er grote variaties of twijfels over de drinktrust en/of wateropname van je paard, raadpleeg dan je dierenarts.
  3. Zonder enige twijfel heeft het dieet invloed op het waterverbruik. Paarden die op volle weiden grazen, die een hoog vochtgehalte hebben, zullen minder water drinken dan paarden die louter hooi gevoerd krijgen. Tegelijkertijd zal bij deze paarden de wateropname hoger zijn dan bij paarden die naast hooi ook krachtvoer tot hun beschikking krijgen.
  4. Paarden drinken niet de hele dag door en de kans is groot dat je niet eens merkt dat je paard drinkt. Door paarden nauwlettend te monitoren is bekend dat ze slechts vijf of zes minuten per dag drinken, dit doen ze wel door regelmatig de drinkgelegenheid te bezoeken.
  5. Veulens drinken ook water! Die behoefte wordt geleidelijk steeds groter naarmate het veulen vast voer gaan bij eten. Veulens van een week oud drinken al mee uit een emmer of automatisch drinkbak. Een veulen van een maand oud drinkt al minstens een liter water naast vier liter melk per dag. Let wel dat uw veulen niet teveel water opneemt, ze willen nogal eens spelen met de drinkbak, Uw veulen kan dan diarree krijgen, , neem dan contact met onze paardenafdeling op.
  6. Afhankelijk van de omgevingsomstandigheden (o.a, stalling, weertype) waaronder uw paard wordt gehouden en de intensiteit van de arbeid, varieert de waterbehoefte. Zeker als uw paard daarbij ook nog zweet! Paarden die dagelijks zweten zouden elektrolyten moeten krijgen om het verlies aan mineralen in het zweet te compenseren. Hiervoor zijn verschillende producten beschikbaar voor paarden, die gemengd kunnen worden door het drinkwater. In dat geval is het verstrekken van water via een emmer natuurlijk wel van belang. Er kunnen situaties ontstaan waardoor paarden slecht of te weinig drinken. Ook hiervoor zijn producten beschikbaar, die de drinklust via toevoeging aan water kunnen verbeteren. Laat u adviseren door onze paardenartsen op Visdonk.

Tot slot!

Het verstrekken van vers en schoon drinkwater aan paarden vormt net als goede voeding een basisprincipe voor de gezondheid en welzijn van uw paard!

Hoe help ik mijn paard de warme dagen door?

Paarden kunnen, net als mensen, last hebben van de warmte. Zeker op hete dagen zoals in de afgelopen zomers en de huidige (2020) het geval is, hebben paarden moeite met hun zogenoemde thermoregulatie; het vermogen om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Meer dan mensen en honden, zijn paarden relatief slecht in staat om warmte kwijt te raken. Op dagen waarbij de omgevingstemperatuur hoog is kan relatief gemakkelijk oververhitting, of erger nog, hittestress ontstaan. Maar wat is een te hoge omgevingstemperatuur? Wij als mensen ervaren een temperatuur tussen de 20 en 25 dragen als een aangename (zomer)temperatuur, maar voor paarden is dit eigenlijk al teveel van het ‘goeie’. De comfortabele omgevingstemperatuur voor paarden ligt tussen de -5 den +15 graden Celsius. Een hele andere ‘comfort zone’ dan voor ons! Het is dus belangrijk je te realiseren dat paarden het vaak als veel te warm ervaren en krijgen terwijl het voor ons juist lekker is. Juist onder die omstandigheden sporten met je paard (training, wedstrijd maar ook een recreatieve buitenrit) kan dus al snel leiden tot problemen. Los van het opwarmen van het lijf door een hoge omgevingstemperatuur, ontstaat er ook veel warmte bij het gebruik van de spieren tijdens de beweging. Deze extra opwarming van het lichaam kan leiden tot verminderde spierfunctie, verzuring en blessures. Als ruiter is het dus belangrijk om te weten wanneer je paard warm wordt en wanneer je moet opletten om oververhitting en hittestress tegen te gaan.

Los van de last die paarden kunnen hebben van de warmte spelen er nog andere bijkomende ‘hindernissen’ tijdens warme dagen.

Hieronder een aantal adviezen, die je kunt volgen tijdens de, soms extreem, warme/hete Nederlandse zomerdagen.

  1. Zorg altijd voor voldoende en vers drinkwater.

Paarden drinken onder normale condities gemiddeld 20 tot 30 liter water per dag. Bij extreme warmte en zonder enige vorm van inspanning kan dit oplopen tot 50 tot 60 liter per dag. Ook al staat je paard maar enkele uren buiten, bijvoorbeeld doordat de weidegang gedeeld met worden met andere paarden of simpel doordat het te heet is buiten, zal gedurende die enkele uurtjes toegang tot drinkwater continue gegarandeerd moeten zijn.

Zie voor meer informatie over drinkkust en wateropname van paarden

  1. Zorg voor schaduw op de wei.

Loopt je paard de hele dag op de wei/paddock of is het een zeer warme dag met veel zonneschijn, zorg er dan voor dat het ergens schaduw kan vinden. Geen boom, inloop- of schuilstal? Zet je paard dan binnen tijdens de heetste uren van de dag (10.00-15.00 uur). Is er sprake van een hittegolf dan is het juist verstandig om je paard in plaats van overdag, ’s nachts buiten te zetten.

  1. Zonnecrème of Zinkzalf.

Ook paarden kunnen verbranden. Vooral de roze tot witte huid rond de snoet of neusrug en langs de kenmerkende witte aftekeningen van de onderbenen zijn gevoelig voor zonnebrand. Insmeren met zonnecrème (ongeparfurmeerd en factor 50) is een betrouwbare oplossing.

Zie voor meer informatie over zonnebrand en overgevoeligheid voor Uv-licht

  1. Trainen/rijden tijdens koele momenten op de dag.

Zoals gezegd raken paarden hun overtollige lichaamstemperatuur slecht kwijt. Bij warme dagen en inspanning kan de lichaamstemperatuur wel 10 x sneller oplopen dan bij mensen. Dit kan leiden tot blessures en soms zelfs levensbedreigende situaties. Het is dan sterk aan te raden om tijdens periodes van extreme hitte helemaal niet te trainen of zelfs recreatief te rijden. Kies in die gevallen, waarbij het paard om andere reden toch in beweging moet blijven voor de koelere momenten van de dag (’s ochtends vroeg of ’s avonds laat).

  1. Koel je paard na de training/het rijden.

Tijdens een training of zelfs een bosritje loopt de lichaamstemperatuur van een paard snel op. Goed koelen na afloop is dan ook erg belangrijk. De meest efficiënte manier om te koelen is afspuiten of sponzen met koud water, en nagenoeg meteen het water wegtrekken met een zweetmes. En dit enkele keren te herhalen gedurende tien tot vijftien minuten.

Houd er rekening mee dat je je paard al moet gaan helpen met afkoelen rond temperaturen van 20-25°C en dat je zelfs meerdere malen het hele lichaam moet gaan koelen met ijswater als temperatuur richting de 30°C of meer gaan. De prestaties van het paard nemen bij de extreme zomertemperaturen, die we nu regelmatig kennen in Nederland drastisch af. Goeie acclimatisatie door je training aan te passen aan de omstandigheden en het paard te helpen met afkoelen en onnodige opwarming van het lichaam te voorkomen is essentieel.

  1. Voorkom droge hoeven

De hoeven van een paard zijn van nature elastisch en vertonen het zogenoemde ‘verende’ hoefmechanisme (schokdemping tijdens de belasting). Tijdens periodes van langdurige droogte, waarbij zowel de lucht als de ondergrond waar de paarden op staan droog is, drogen de hoeven snel uit. Dit leidt tot een afname van de elasticiteit en schok dempende werking van de hoeven. Het uitdrogen van de hoeven kun je alleen met water voorkomen, omdat dit voldoende doordringt in het hoorn van de hoef. Tijdens droge periodes is het dan ook verstandig om de hoeven regelmatig goed nat te maken met de tuinslang of een spons. Dit werkt het beste in de avond om te snelle verdamping van het water zoveel mogelijk te voorkomen. Na het goed nat maken kan een laagje hoefvet worden aangebracht om het water, wat in de hoef is getrokken, vast te houden. Hoefvet aanbrengen zonder de hoef eerst nat te zetten heeft geen enkel effect.

  1. Gebruik een vliegenmasker.

Warm weer trekt vliegen, dazen en andere insecten aan. Paarden kunnen vliegen op afstand houden met hun staart of door de huidspieren samen te trekken. Het hoofd blijft echter een kwetsbaar deel van het lijf. Met name het vocht rond de ogen vormt een aantrekkingsbron voor vliegen. Een passend vliegenmasker biedt vaak een goeie uitkomst en geeft paarden een hoop comfort.

  1. Verstrekken van extra elektrolyten via drinkwater.

Paarden zullen bij hoge omgevingstemperaturen in combinatie met training/rijden snel gaan zweten. Een heel natuurlijk fenomeen om juist de overtollige opwarming van het lichaam te niet te doen. Door verdamping van het water uit zweet koelt het paard namelijk af. Zweet bestaat echter niet alleen uit water, maar ook uit veel essentiële mineralen/zouten. Het is verstandig om het verlies bij frequent, langdurig of extreem zweten aan te vullen met elektrolyten.

Verscherpte maatregelen op Dierenhospitaal Visdonk omtrent het coronavirus

Het coronavirus vraagt ook in ons dierenhospitaal om verscherpte maatregelen. Om de gezondheid van onze klanten, medewerkers en de samenleving te beschermen gaan er per direct een aantal regelingen in zodat onze zorg voor uw dier gegarandeerd blijft.

  • Deze maatregelen bestaan onder meer uit het wegblijven van de kliniek bij klachten van neusverkoudheid, (aanhoudend) hoesten/keelpijn of koorts.
  • Maximaal 1 gezond persoon per huisdier of paard mag naar binnen. Kom stipt op tijd, als u te vroeg bent aub. indien mogelijk buiten wachten en gepast (minimaal 1,5m) afstand houden van andere huisdiereigenaren.
  • Kinderen mogen de kliniek niet betreden;
  • Maximaal 1 klant aan de balie, staat er iemand aan de balie, wacht even voordat u naar binnen gaat. Uiteraard met gepaste afstand van 1,5m op andere klanten;
  • Er mogen maximaal 3 klanten met hun huisdier wachten in de wachtkamer. Is het maximum bereikt dan verzoeken wij u buiten te wachten;
  • Uiteraard zijn er strikte hygiënemaatregelen. Na elk klantcontact wordt er gedesinfecteerd;
  • Ontsmet bij binnenkomst meteen uw handen.
  • Het inloopspreekuur op maandagavond op onze dependance in Tolberg is komen te vervallen. Er wordt daar voorlopig uitsluitend op afspraak gewerkt.
  • Onze gezelschapsdierenartsen rijden geen visites meer.
  • Voor het ophalen van medicijnen of voer, vragen wij u een dag van te voren te bellen. Dan zorgen wij dat het klaar staat.
  • Onderzoeken (ook tijdens de spreekuren) worden uitgevoerd zonder aanwezigheid van de cliënt, maar uiteraard met persoonlijke terugkoppeling over de uitkomsten.
  • Opnamepatiënten worden door onze medewerkers naar de opname-afdeling gebracht, eigenaren kunnen niet verder mee dan tot aan de klapdeuren.
  • Alle bezoekuren opnamepatiënten (gezelschapsdieren en paarden) zijn tot nader order geschrapt. Uiteraard worden de maatregelen duidelijk besproken met de cliënten en worden de eigenaren dagelijks op de hoogte gehouden.
  • Zowel onze spoed- als verwijsdiensten blijven gehandhaafd.
  • Met bovenstaande maatregelen zijn we extra voorzichtig en daarmee vertrouwen we er op al het mogelijke te doen om ons dierenhospitaal open te houden. In deze bijzondere tijd, beoordelen we de situatie van dag tot dag. Mogelijk ontstaat er een situatie waarbij we afspraken die geen haast hebben, verplaatsen naar een later moment.
  • Onze maatregelen kunnen waar nodig worden aangepast en communiceren we met de cliënten via sociale media, in onze kliniek en via onze website.