Influenza in Nederland

Influenza is een zeer besmettelijke griep die wordt veroorzaakt door een influenzavirus. Er zijn zeer veel soorten influenzavirussen en veel diersoorten hebben een of meer eigen influenzasoorten. Zo is dat ook bij paarden en ezels.

Gelukkig geven paardeninfluenzavirussen geen ziekte bij mensen.

Influenza bij paarden is een ziekte die net als rhinopneumonie in Nederland niet meldingsplichtig is. Influenza komt al heel lang voor en is al bij paarden ruim 400 jaar voor Christus beschreven in Griekenland. Voordat vaccinatie was uitgevonden leidde een uitbraak ook in de Westerse wereld tot grote ontwrichting van de maatschappij, want er was geen vervoer meer. Heden ten dage leidt influenza wereldwijd jaarlijks nog steeds tot grote verliezen in de paardenhouderij. Dit is niet zozeer omdat er veel paarden er aan dood gaan, maar vooral omdat paarden weken en soms maanden lang niet gebruikt kunnen worden.

 

Voorkomen in de wereld

Paardeninfluenza komt overal ter wereld voor behalve in Australië, Nieuw Zeeland en IJsland. Wel is er in 2007 een grote uitbraak in Australië geweest, maar die is met veel moeite en hoge kosten (1 biljoen Australische dollars) bestreden en Australië wordt nu weer geacht vrij te zijn.

 

Situatie in Nederland

In Nederland wordt er veel gevaccineerd voor influenza. We schatten dat ongeveer 60% van de in Nederland levende paarden en pony’s wel eenmaal per jaar wordt gevaccineerd, maar er zijn geen officiële cijfers.

Er zijn ook in Nederland soms wel (meestal kleine) uitbraken, maar dit is vaak op bedrijven waar niet of onvoldoende wordt gevaccineerd of op bedrijven waar een deel van de paarden/pony’s niet is gevaccineerd. Als een gevaccineerd paard aan grote hoeveelheden virus wordt blootgesteld, omdat een niet gevaccineerd paard erg ziek is en heel veel virus uitscheidt, dan kan ook een gevaccineerd paard ziek worden. De kans hierop is groter als de vaccinatie bij de gevaccineerde paarden al langer dan 6-8 maanden geleden is. De hoeveelheid antistoffen wordt namelijk in de loop van 6-9 maanden na de vaccinatie duidelijk minder. Ook kan een gevaccineerd paard de infectie oppikken, het virus in zijn neusslijmvlies gaan vermeerderen en vervolgens virus gaan uitscheiden zonder zelf echt ziek te worden of zelfs maar koorts te krijgen of te gaan hoesten. Deze laatste groep paarden is het ‘gevaarlijkste’ want deze paarden of pony’s lijken niet ziek en kunnen de infectie dus meenemen naar een andere stal of een wedstrijd. Daarom moeten ook op het oog gezonde paarden van een bedrijf waar influenza voorkomt niet naar andere bedrijven of naar wedstrijden gaan.

 

Verspreiding

Influenza kan zeer snel spreiden omdat de incubatietijd heel kort is (1-3 dagen) en omdat paarden het virus al kunnen gaan uitscheiden als ze net koorts krijgen en vaak verder nog weinig klinische symptomen vertonen. Paarden kunnen het virus via hoesten en neuscontact aan elkaar doorgeven, maar dat kan ook via voerbakken, waterbakken en handen en kleren van de verzorgers. Paarden onder stress, veel

dieren in een kleine ruimte en vervoer over lange afstanden, zullen de ziekte gemakkelijker krijgen en verspreiden. Influenza spreidt gemakkelijker dan bijvoorbeeld rhinopneumonie, met name omdat het influenza virus zich via de lucht over tientallen meters kan verspreiden

 

Symptomen van influenza

De symptomen van influenza zullen bij paarden en pony’s die nog nooit gevaccineerd zijn veel erger zijn dan bij paarden die jaarlijks of tweemaal per jaar worden gevaccineerd. Doorgaans begint de infectie met koorts en een droge hoest en vervolgens ook neusuitvloeiing. De paarden zijn vaak sloom, willen niet meer eten, vertonen soms spierpijn en/of slapte. De meeste klinische symptomen verdwijnen meestal al binnen een week, maar de paarden blijven vaak veel langer hoesten. Ook komen er veelvuldig complicaties voor omdat het virus het slijmvlies van de luchtwegen beschadigt en vervolgens bacteriën een kans zien aan te slaan (secundaire infectie heet dat met een mooi woord). Deze paarden, vaak zijn het veulens, kunnen dan ook een longontsteking ontwikkelen en heel erg ziek zijn. Daarom worden paarden die langer dan enkele dagen koorts houden zo nodig al direct door de dierenarts met antibiotica behandeld. Antibiotica helpen niet bij een virusinfectie maar wel bij een bacteriële infectie.

Verder gaat volledig herstel van een paard met influenza, ook als er geen complicaties optreden, vaak langzaam. Zeker wanneer de ziekte niet in een vroeg stadium was onderkend en de dieren onvoldoende rust hebben gekregen, kan een volledig herstel wel 3-6 maanden duren. Paarden sterven in de Westerse wereld zelden aan influenza en de daarbij behorende complicaties, toch kan dit incidenteel wel voorkomen vooral bij ongevaccineerde paarden en veulens (meestal van ongevaccineerde merries of onvoldoende biestopname).

 

Diagnose stellen

Een dierenarts kan de waarschijnlijkheidsdiagnose ‘influenza’ stellen op het klinische beeld, maar omdat ook andere virussen griepachtige symptomen kunnen veroorzaken, kan een echte bevestiging alleen door middel van bloedonderzoek en/of een neusswab. Gezien het feit dat de meeste paarden in ons land gevaccineerd zijn, zegt een eenmalig bloedonderzoek niet zoveel, paarden hebben immers vaak antilichamen door de vaccinatie. Daarom worden er meestal twee bloedmonsters genomen met 21 dagen tussenruimte. Dan wordt duidelijk of er sprake is van een titerstijging, d.w.z. in het tweede bloedmonster zitten veel meer antistoffen dan in het eerste en dan weet je dat het paard recent een infectie heeft doorgemaakt. Een neusswab gaat veel sneller. Op de neusswab kan door middel van een PCR (een test die het genetisch materiaal van het virus ‘herkent’) aangetoond worden of het paard virus in de neus uitscheidt. Zo’n test geeft meestal al in 1-2 dagen een antwoord of de infectie inderdaad influenza is.

 

Preventie

Goed vaccineren is de belangrijkste preventieve maatregel. Toch kunnen ook goed gevaccineerde paarden soms ziek worden omdat de virusstam die rondgaat net iets anders is dat de stammen die in de vaccins zitten. Toch zal bij een goed gevaccineerd paard de ziekte zich doorgaans minder ernstig presenteren dan bij een niet gevaccineerd paard. Als de infectie aanwezig is op een paardenbedrijf moeten de zieke paarden zo snel mogelijk worden geïsoleerd tot tenminste 14 dagen na het verdwijnen van de klinische symptomen. Het virus is niet heel erg sterk en een goede huishoudelijke reiniging en daarna desinfectie met een geregistreerd desinfectiemiddel zullen doorgaans alle virusdeeltjes doden. Bedenk dat alleen ontsmetten zinloos is, omdat desinfectiemiddelen alleen werken als alle vuil eerst verwijderd is.

 

Wat is goed vaccineren?

De regels voor vaccineren zijn nationaal wat anders dan internationaal. Dat heeft te maken met de infectiedruk en de kosten. Nationaal was de infectiedruk meestal wat minder en daarom werd door de KNHS met eenmaal per jaar volstaan en met een basisvaccinatie van 1 injecties. Nu lijkt, het gebaseerd op berichten uit de praktijk, dat dieren die langer dan 6 maanden geleden zijn gevaccineerd meer problemen hebben dan dieren die volledig volgens FEI regels zijn gevaccineerd.

De verschillende influenzavaccins (er zijn er in Nederland meerdere merken geregistreerd) hebben vaak allemaal een eigen iets verschillend advies en ook een iets andere samenstelling. Daarom hebben de paardensportorganisaties vaste regels die voor ieder paard en pony gelden

 

Voor de KNHS zijn de regels als volgt:

  • basisvaccinaties vanaf een leeftijd van 5 maanden

De basisvaccinaties bestaan uit 2 vaccinaties met tenminste 21 dagen en maximaal 91 dagen tussen de twee injecties (ook al adviseren alle fabrikanten een derde vaccinatie binnen 6 maanden na de tweede – zie FEI regels voor basisvaccinatie)

  • jaarlijkse hervaccinatie

Vervolgens moet het paard ieder jaar weer een vaccinatie hebben, dat mag op dezelfde dag als het jaar ervoor maar niet één dag later. Hier is steeds weer veel discussie over, maar het mag dus jaarlijks op een vaste datum.

  • nooit binnen 7 dagen voor een wedstrijd

Het paard mag niet gevaccineerd zijn in de laatste 6 dagen voor een wedstrijd.

  • zorgvuldig noteren

Alle vaccinaties moeten in het paardenpaspoort worden geschreven door de dierenarts op de juiste datum mét stempel én handtekening.

 

 

Voor de FEI (Federation Equestre International – internationale paardensportorganisatie) is het vaccinatieschema uitgebreider:

  • basisvaccinatie bestaan uit 2 vaccinatie met tenminste 21 dagen en maximaal 91 dagen tussen de twee injecties en een derde moet binnen 6 maanden + 21 dagen worden gegeven
  • vervolgens moet het paard jaarlijks weer een vaccinatie hebben binnen 365 dagen, maar dat mag op dezelfde dag als het jaar ervoor maar dus niet één dag later (hier is veel discussie over, maar het mag dus jaarlijks op een vaste datum)
  • als het paard op FEI wedstrijden uitkomt, moet het tweemaal per jaar gevaccineerd worden en dan mogen er weer niet meer dan 6 maanden en 21 dagen tussen twee vaccinaties liggen
  • het paard moet zijn laatste vaccinatie dus altijd gehad hebben binnen 6 maanden en 21 dagen voor de wedstrijd én het paard mag nooit gevaccineerd zijn in de laatste 7 dagen voor het op het wedstrijdterrein verschijnt
  • alle vaccinaties moeten in het paardenpaspoort worden geschreven door de dierenarts op de juiste datum mét stempel én handtekening en liefst ook het vaccinstickertje (het ontbreken van het stickertje is internationaal geen reden om de vaccinatie niet te erkennen, maar in Nederland wel).

 

Conclusie

Er zijn op dit moment problemen in Nederland met op enkele plaatsen bewezen infecties met influenza, ook op stallen waar alle paarden goed gevaccineerd zijn. Verder zijn er op veel meer plaatsen sterke verdenkingen. Soms zijn al wel monsters genomen, maar daarvan is de uitslag nog niet binnen.

Als u een paard verdenkt van griep is het altijd verstandig direct een dierenarts te waarschuwen. Deze kan zo nodig een neusswab opsturen naar een geschikt laboratorium zoals de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) te Deventer om een eventuele verdenking te bevestigen. GD zal in samenwerking met internationale laboratoria proberen om de virussen uit influenza positieve neusswabs verder te karakteriseren en is ook geïnteresseerd in goede informatie over eventuele uitbraken, met name over de vaccinatiestatus van de desbetreffende paarden. Gepaarde serummonsters kunnen ook de diagnose bevestigen, maar dit duurt veel langer omdat er 14-21 dagen tussen de twee monsternames moet zitten.

 

Het advies is nu om heel terughoudend te zijn met het naar andere stallen of naar wedstrijden gaan. Verder is het altijd verstandig op wedstrijden uw paard niet met andere paarden in contact te laten komen, eigen voerbak en drinkbak te gebruiken en uw paard direct na de wedstrijd weer op de trailer te zetten en mee naar huis te nemen. Ook is het verstandig paarden die naar elders zijn geweest eerst twee weken apart te houden, maar dat is op veel bedrijven niet mogelijk. Wat vaak wel haalbaar is, is om wedstrijdpaarden die veel op pad gaan gescheiden te houden van de paarden die niet reizen, de fokmerries en de jonge dieren.

 

Als u verdere vragen heeft, overleg met een van onze paardendierenartsen. Hij of zij kent uw bedrijf en uw paarden het beste en kan het meest passende advies geven.

Atypische Myopathie (spierbevangenheid bij paarden)

Atypische myopathie (ofwel Multiple Acyl-CoA Dehydrogenase Deficiëntie (MAADD)) is een zeer ernstige vorm van spierbevangenheid bij paarden. De aandoening wordt sinds enkele jaren meer en meer gezien en onderkend bij paarden en treedt voornamelijk op in het najaar (weidegang) tot aan het vroege voorjaar. Er is een oorzakelijk verband gevonden tussen het eten van (bepaalde) esdoornbladeren en zaden en het optreden van de acute spierziekte. Veelal leidt deze ernstige vorm van spierbevangenheid, gepaard gaande met koffiekleurige urine, verharde spieren en spierzwakte, tot de dood (90% van de paarden sterft binnen 72 uur) of worden paarden in sommige gevallen dood teruggevonden op stal/in de weide.

Situaties waarin de ziekte zich in de meeste gevallen manifesteert, typeert zich door:

  • grazende paarden (gras grootste deel vd voeding)
  • acuut begin van ziekteverschijnselen
  • vaak meerdere dieren in een koppel,
  • optredend in de herfst (winter/voorjaar niet uitgezonderd)
  • typisch weer: koud, nat, wind en dus losse bladeren en zaden
  • bij een uitbraak in een koppel paarden meerdere zieke en soms dode dieren

De ziekteverschijnselen:

  • spierzwakte en/of stijfheid
  • snelle en bemoeilijkte (benauwdheid) ademhaling
  • verhoogde hartslag
  • geen koorts
  • spiertrillingen
  • liggen en niet tot moeilijk in de benen komen
  • snel verergerende symptomen 
  • eetlust vaak nog aanwezig
  • koffiekleurige urine (spierkleurstof)
  • volle urineblaas bij rectaal onderzoek
  • snelle dood (meestal binnen 3 dagen)

De aanvullende onderzoek:

  • extreem verhoogde spierwaarden (enzymen) in het bloed (van zowel skeletspieren en hartspieren)
  • myoglobine (spierkleurstof aantoonbaar in bloed en urine)

Therapie/ Preventie:

  • onmiddellijk absolute rust van de patiënt en warm houden (geen transport!)
  • Indien mogelijk alle dieren van weiland verwijderen, liefst opstallen of naar ander weiland en bijvoeren; indien verplaatsen niet mogelijk het weiland zo goed mogelijk schoon maken voor wat betreft paddenstoelen, bladeren, zaden, eikels etc. en de paarden bijvoeren met goed hooi of eventueel kuil
  • onderzoek en bloedonderzoek door dierenarts om diagnose te bevestigen
  • spierontspannende middelen geven
  • eventueel laxeren indien bladeren/zaden/spruiten redelijk recent zijn gegeten
  • veel infuus (minimaal tot urine weer normale kleur heeft)
  • pijnstilling + vitaminen

Bel bij twijfel over of verdachte situaties, die te maken kunnen hebben met opname van esdoornbladeren of symptomen, die passen bij Atypische Myopathie, altijd naar de kliniek voor overleg met een van onze paardendierartsen

Maarten Boswinkel
Specialist Inwendige Ziekten Paard

Meer onrijpe eikels door droge zomer

Door de warme, droge zomer van dit jaar vallen er meer eikels op de grond die nog niet rijp zijn. Dit kan een gevaar opleveren voor verschillende diersoorten, waaronder paarden.

Een gevolg van het eten van te veel en onrijpe eikels is eikelvergiftiging. Meestal wordt eikelvergiftiging bij paarden gezien na een herfststorm waarbij veel groene eikels en blad uit de bomen zijn gewaaid en  paarden deze hebben opgegeten omdat er verder weinig eten te vinden is. Deze maand liggen er al veel meer groene eikels op de grond dan normaal in deze tijd van het jaar. Het is belangrijk dat eigenaren van paarden alert zijn dat hun paarden geen eikels en eikenblad op eten.

Hoe herken je eikelvergiftiging?

De belangrijkste gifstoffen in eikels zijn tanninen. De verschijnselen van een eikelvergiftiging bij paarden zijn sufheid, slechte eetlust, koliek, bloederige diarree en donkergekleurde urine door nierschade. Soms worden paarden plotseling dood gevonden. Sloet: “Als paarden ziek worden en mogelijk eikels kunnen hebben gegeten, waarschuw dan zo snel mogelijk een dierenarts.  De dierenarts zal bijvoorbeeld paraffine per neussonde toedienen en een infuus geven. Verder werkt het eten van lijnzaadslobber laxerend. Preventief kun je de paarden beter niet op een land zetten waar veel eikels liggen, de stukken rond de eikenbomen afzetten en/of de paarden voor het naar de wei brengen eerst een plak hooi laten eten.” 

Gevolgen van droge zomer

Door de aanhoudende droogte deze zomer vallen er meer eikels op de grond, die nog niet rijp zijn. Net als veel andere planten zijn eiken tijdens zo’n droogte bezig met overleven, en steken geen energie meer in de groei van eikels. De hoge temperaturen versterken het effect dat eikels eerder vallen dan andere jaren. En door klimaatverandering was er al een tendens dat eikels drie tot vier weken voor liggen op het schema van 50 jaar geleden.”

Bron: collega specialisten Interne Geneeskunde Paard, Faculteit Diergeneeskunde

Test paarden gratis op PPID

In september en oktober van dit jaar is de laboratoriumtest voor PPID GRATIS. De bloedafname kan zowel bij u thuis en/of op kliniek worden uitgevoerd. Vervolgens wordt het bloed door ons gekoeld verzonden naar het laboratorium en in de meeste gevallen is de uitslag van het zogenoemde ACTH hormoon de dag erna beschikbaar.

U betaalt dus enkel voor de eventuele visite en de bloedafname/verzending.

PPID, een storing in de hormoonafgifte in de hypofyse, kan onder andere hoefbevangenheid, vermageren, verminderd presteren en vachtveranderingen veroorzaken. Met name hoefbevangenheid is een ernstige aandoening. Over het ontstaan, de symptomen en de behandeling komen in de praktijk regelmatig vragen.

Hoefbevangenheid kan diverse oorzaken hebben. We kunnen ze globaal onderverdelen in een probleem in de hormoonhuishouding, een verkeerd dieet, een ernstige ziekte (diarree of koliek) of overbelasting. Bij meer dan 70 procent van de paarden met hoefbevangenheid in het najaar blijkt PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction) de oorzaak. PPID stond vroeger bekend als de ziekte van Cushing.

Grofweg zien we PPID vaker bij paarden en pony’s die ouder zijn dan 15 jaar, maar het wordt steeds duidelijker dat het ook bij jongere paarden kan voorkomen. Het is daarom verstandig dieren die hoefbevangen worden zonder duidelijke aanleiding, of die verschijnselen vertonen van PPID, hierop te laten testen.

Zie www.ppidbijpaarden.nl voor meer details.